Artikel 9: Aanraken bal
De speler mag alleen met de pomerans van zijn keu de speelbal raken.
Indien de speler zijn beurt heeft moeten beëindigen, dan moeten alle ballen blijven liggen op de
plaats waar zij terechtkwamen. Worden daarna door een ongeoorloofde aanraking een of meer
ballen alsnog verplaatst, dan dient de arbiter die bal(len) terug te plaatsen in de positie(s) van vóór
die aanraking. Indien de arbiter niet kan bepalen waar de bal of ballen tot stilstand zouden zijn
gekomen, worden ze niet teruggeplaatst en wordt verder gespeeld vanuit de ontstane positie.